Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

Om te voorkomen dat dit tot misverstanden leidt en om alle zorgvuldigheid in de richting van de cursisten te betrachten, valt het te overwegen van de instructeurs een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te verlangen.

Wat is een VOG?

Voor sommige beroepen (zoals onderwijzer) is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) verplicht. Ook aan personeel dat omgaat met vertrouwelijke gegevens, kwetsbare personen, geld of goederen kan een bedrijf vragen om een VOG. U krijgt een VOG als u geen strafbare feiten op uw naam hebt staan. Anders wordt bekeken hoe bezwaarlijk dit is voor uw functie.

VOG bij vertrouwelijke gegevens, kwetsbare personen en geld

Een VOG kan in diverse gevallen worden gevraagd. Vaak gebeurt dat voor het vervullen van een functie waarbij wordt gewerkt met vertrouwelijke gegevens, kwetsbare personen, geld of goederen. Uw werkgever kan u dan vragen om een verklaring. Ook als u tijdelijk of als vrijwilliger gaat werken, kan een VOG gevraagd worden. Zorginstellingen en andere organisaties zijn niet verplicht om een VOG te vragen van hun vrijwilligers. Een VOG kan ook nodig zijn voor een visum of het lidmaatschap van een schietvereniging.

VOG soms wettelijk verplicht

Voor sommige functies is de VOG verplicht. Zo heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bepaald dat een onderwijzer, een gastouder en degene die toezicht houdt tijdens tussenschoolse opvang, een VOG moeten overleggen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) heeft deze verplichting opgelegd aan taxichauffeurs. De ministeries kunnen zelf in regelgeving vastleggen voor welke beroepen de verplichting geldt. Het ministerie van Veiligheid en Justitie is daar niet verantwoordelijk voor en heeft geen overzicht van beroepen waarvoor een verplichting geldt.

Geen wettelijke verplichting VOG:  werkgever bepaalt zelf

Wanneer er geen wettelijke verplichting voor het overleggen van een VOG is vastgesteld, kan een werkgever zelf bepalen of hij iemand voor de uitoefening van een bepaalde functie vraagt een VOG te overleggen. Een werkgever, instantie of organisatie kan een werknemer of persoon verplichten een VOG te overleggen

Aanvraag VOG

U vraagt een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan door het ingevulde aanvraagformulier in te leveren bij de afdeling burgerzaken van de gemeente waar u staat ingeschreven. Als u het formulier inlevert, moet u een geldig identiteitsbewijs meenemen. De gemeente neemt de gegevens van uw aanvraagformulier over en vult ze automatisch aan met gegevens vanuit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) en stuurt alles door naar het COVOG. Het COVOG geeft de verklaring af namens de minister van Veiligheid en Justitie. U krijgt uw VOG binnen op uw postadres.
Als u ouder dan 80 jaar bent, dient u uw VOG rechtstreeks bij het COVOG aan te vragen.

Beslissing over VOG

Het COVOG beslist namens de minister van Veiligheid en Justitie of u een VOG krijgt. In principe wordt er 4 jaar teruggekeken bij het onderzoek voor een VOG door het COVOG. Als uw VOG wordt geweigerd, kunt u bezwaar maken volgens de Algemene wet bestuursrecht. Binnen 2 tot maximaal 4 weken na ontvangst van uw aanvraag, wordt een beslissing genomen. Met vragen over de voortgang van uw aanvraag, kunt u contact opnemen met het COVOG.

Geldigheidsduur VOG

De VOG heeft geen vaste geldigheidsduur. Vaak is de verklaring onbeperkt geldig voor het doel van de aanvraag. Wanneer u van baan verandert, is het mogelijk dat uw werkgever verzoekt een nieuwe aanvraag te doen. Het is ook mogelijk dat u om de zoveel jaar een nieuwe VOG moet overleggen.

U kunt geen kopie van een VOG aanvragen. Het COVOG verstrekt alleen een kopie als de VOG niet is aangekomen (dus kwijtgeraakt moet zijn in de post).

Het is niet verboden zelf een VOG te kopiëren. Als u een kopie van uw VOG wil inleveren, vraag dan aan de belanghebbende (diegene die de VOG wil hebben) of die een kopie accepteert. Wellicht kunt u het origineel laten zien en een kopie inleveren.

Bronnen: Rijksoverheid.nl & justis.nl

Zoek op onze site

rolbanner-knv-dzh